17
DONLOG jan 2015
O
p het laatst was het wel heel treurig: boodschappen doen bij
de oude Jum-
bo bij de draaibrug aan de Havendijk. De flessenautomaat was vaker kapot
dan dat hij het deed, het leek wel alsof het was overgeslagen op het per-
soneel, dat had er ook niet veel zin meer in. Het was er donker en muf. De enige
die er nog een beetje vrolijk was, was de vrouw die bij de deur ‘goedemorgen’ zei,
in de hoop wat kleingeld te scoren. Op een dag was het afgelopen en moest Arm-
hoef uitwijken naar andere supers. En nu? Jumbo is back in town! In een nieuw-
bouw bij de oude AaBe fabriek waar vanaf 1929 wollen stoffen gemaakt werden.
Ik weet het nog: thuis hadden we zo’n AaBe-plaid met rendieren op het etiket. Ik
dacht als kind altijd dat rendieren een groen-rood geruit vel hadden. AaBe: Ooit
werkten daar duizend mensen. Het was de grootste fabriek in de stad en de laatste
die omviel. De voormalige fabriek is een blijvende herinnering aan gouden tijden
in Tillywood. Mooi gerestaureerd. Maar de fabriek zelf staat nog leeg.
Eigenlijk moet je niet zeuren over wat je niet hebt, maar blij zijn met wat je wel
hebt. Immers, we hoeven niet meer de hele stad door naar AH voor de grote
boodschappen, de kleintjes doen we als vanouds bij de bio-slager en de bio-winkel.
Maar toch, het had veel mooier kunnen zijn.
Jumbo heeft in Breda en Amsterdam een supermarkt geopend die zijn weerga niet
kent. Een Foodmarkt, met koks die je op ideeën brengen. Een assortiment dat niet
onder doet voor de grootste XXXXL AH van de wereld. Boodschappen doen is daar
zelfs bijna leuk. Om in reclametaal te spreken: een beleving. Wat zou het mooi ge-
weest zijn als we dàt in die prachtige fabriekshal gekregen hadden. Het liefst met
kleine winkeltjes eromheen. Zo’n supersonische eetmarkt, zoals je ze ook in New
York hebt. Maar helaas, Tillywood heeft blijkbaar te weinig gourmands die daar
heen zouden gaan. We zijn nog steeds geen Amsterdam of Breda. We blijven toch
een stad van ‘doe maar gewoon’. Dat blijkt ook als je eens echt feestelijk lekker
wilt gaan eten. Daarin blijven we toch een heel eind achter op andere steden.
Maar wij hebben wel weer andere dingen die Breda en Amsterdam niet hebben.
Wat dan? Dat mag iedereen voor zichzelf invullen. Als ik voor mezelf spreek: als
geboren en getogen Eindhovenaar voel ik me meer dan wel in Tilburg. Het hart
van onze stad klopt anders dan elders. Vaak is het iets van nèt niet, maar dat heeft
ook zijn charme. Het nieuwe citymarketingplan zegt: Tilburg moet bekend worden
als experimenteel, humoristisch, tegendraads, daadkrachtig, rauw en sociaal. Als je
het mij vraagt: nog niet zo’n gekke omschrijvingen. Volgens mij hebben we dat al
in ons. Wij Tilburgers weten dat, nu de rest van de wereld nog overtuigen.